Gent moet het met minder werkwinkels doen...

Halverwege 2012 werd bekend gemaakt dat VDAB moet besparen op zijn werkingsmiddelen.

Dit zou betekenen dat de VDAB tegen 2014 288 werknemers minder zou hebben. Eén van de gevolgen is het sluiten van een aantal werkwinkels in Vlaanderen.

 

Ik wou weten wat hiervan de gevolgen zullen zijn voor de VDAB-dienstverlening in Gent?

 

Hieronder leest u het antwoord van Schepen Coddens (OCMW, Armoedebestrijding, Werk)

 

U zult begrijpen dat ik over de impact van de besparingen bij de VDAB zelf geen uitspraken kan doen. Dat behoort immers niet tot mijn bevoegdheid.

 

Wel is het natuurlijk zo dat wij als lokale overheid een VDAB willen, die haar werking afstemt op de typisch grootstedelijke noden en uitdagingen, die zich ook op het vlak van werk stellen en zeker in stad Gent.

 

Onder meer vanuit het partnerschap Gent Stad In Werking investeren we daartoe in een stevig en actiegericht netwerk met de VDAB.

Dat biedt ons alvast een stevige basis om meningsverschillen niet alleen vast te stellen, maar

finaal ook te overbruggen. U begrijpt dat ik het concreet over de werkwinkels heb, waar de Stad, zoals u weet, meebetrokken partij is.

 

Formeel heeft de Stad van de VDAB nog geen berichtgeving ontvangen over haar plannen in

dat verband (dat is voorzien in de regelgeving, die bepaalt dat de oprichting van werkwinkels

dient te gebeuren in overleg met de lokale overheid).

Toch hebben we een vrij goed zicht op wat de VDAB op middellange termijn met de

werkwinkels wil doen. Meer bepaald wil de VDAB de vier huidige sites in Ledeberg en aan de Brugse Poort, de Minnemeers en de Zwijnaardsesteenweg vervangen door twee locaties:

één in het nieuwe Vlaams Administratief Centrum aan het Sint-Pietersstation, waar ook een

aantal back-officediensten van de lokale VDAB worden ondergebracht,

en één in de huidige hoofdzetel in de Kongostraat. De redenen zijn enerzijds financieel van aard. De VDAB hoopt hiermee een significante besparing te realiseren op haar overheadkosten.

 

Anderzijds zijn er evenwel ook kwalitatieve redenen, en meer bepaald dat voor de

werkwinkel-gebruikers niet de locatie primeert, maar wel de aard en kwaliteit van de

dienstverlening. Dat blijkt ook uit een onderzoek, dat de Stad liet uitvoeren over de inplanting van de Werkwinkels.

Daarnaast is er nood aan meer sectorale expertise op de diverse sites. Expertise, die binnen hethuidige inplantingsconcept moeilijk kan worden uitgerold.

Denken we aan het Infopunt Zorg, dat onlangs werd gelanceerd in de Werkwinkel Minnemeers,en dat zich specifiek richt op werkzoekenden met interesse in een zorgberoep.

Neen, er zijn zeker niet alleen nadelen aan een meer gecentraliseerde werking.Toch heb ik als schepen twee belangrijke bezorgdheden. Enerzijds naar betrokkenheid van de lokale overheid. We zijn bereid een nieuwe visie over de werkwinkels te ontwikkelen, maar dan moeten we wel betrokken worden natuurlijk.

 

Anderzijds is er de bezorgdheid naar de kansengroepen, en vooral dat het jammer zou zijn,

indien de huidige netwerken rond de bestaande werkwinkels teloor zouden gaan.

Wat ons betreft mag de werking van de werkwinkels door de centralisering niet onpersoonlijker worden. Mensen mogen niet tot nummers worden herleid.

Dat zal ik scherp opvolgen en blijven aankaarten bij de VDAB, want daar ligt mijn rol wel – bvb.scharniermomenten zoals onderwijs-werk e.d.

Zo zal ik bij de VDAB de piste lanceren om binnen bepaalde buurtgerichte diensten van Stad of OCMW zogenaamde “werkpunten” te realiseren.

Buurtgerichte “toegangspoorten”, zeg maar, tot de centrale(re) werkwinkels, waar cliënten

kunnen aankloppen voor gespecialiseerder begeleiding. Persoonlijke gezichten ook, van de VDAB in de buurt. Vanuit ons lokale partnerschap zal ik samen met de VDAB en het OCMW bekijken hoe we beide bewegingen, een centraliserende én een wijkgerichte, kunnen maken binnen het beschikbare budget.En als er “werkpunten” komen kan u er alvast vanop aan dat het allereerste in Ledeberg wordt gerealiseerd. Vanuit het netwerk rond de bestaande werkwinkel.

 

Waarop ik reageerde:

 

Ledeberg is inderdaad toch een belangrijk lokaal ‘werkpunt’. Ik ben verheugd dat u het ‘laagdrempelige’ zult verder opvolgen. Dit is zeker belangrijk in wijken waar veel kansengroepen aanwezig zijn, zoals bvb. Ledeberg.

Maar ik zal dit zeker verder opvolgen en eventueel de een schriftelijke vraag stellen: Welk

buurtgebonden punten er nu al bestaan? Laat ons op zoek gaan naar zo sterk mogelijke kwalitatieve begeleiding.

geplaatst op: 04/03/2013

< Terug

Nieuwsbrief

Indien u op de hoogte wenst te blijven van mijn campagne, kunt u zich hier inschrijven op de nieuwsbrief.