Jobzekerheid, daar zitten jongeren op te wachten.

Ik zie geen meerwaarde in een hervorming om meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt te stimuleren en het loon te koppelen aan productiviteit zoals Fons Leroy (in DeMorgen 9/1/13) voorstelde. Zeker niet terwijl de onzekerheid voor jongeren op de arbeidsmarkt zo hoog is. Dat slaat als en tang op een varken. Het terugdringen van Jongerenwerkloosheid zou prioriteit nummer één moeten zijn. Hoe kunnen beleidsmakers van jongeren verwachten dat zij zich blijven engageren om te kunnen bijdragen, terwijl een grote groep steeds geweigerd wordt en constant het deksel op de neus krijgt? Heel wat leeftijdgenoten dreigen deel te worden van een vergeten generatie…

De arbeidsmarkt van nul opbouwen zal niet per definitie leiden tot meer rechtvaardigheid. Rechten die vandaag gangbaar zijn, komen niet uit de lucht gevallen. Ze zijn het resultaat van miljoenen mensen die op straat zijn gekomen om meer solidariteit te eisen, niet door het lief te vragen. Toch wil ik het kind niet met het badwater weggooien. Jongeren zijn vragende partij voor praktijkgerichte vorming en kansen om ervaring op te doen. Bovendien slaat Leroy de nagel op de kop als het over de loonvorming gaat. Solidariteit tussen de generaties is noodzakelijk. Het nadeel van een oudere werkloze is de hoge loonkost. Het nadeel van een jonge werkende, op een punt waarbij de zwaarste investeringen gebeuren (kinderen en woning), is dat hij in vergelijking met zijn ervaren collega veel minder verdient. Een meer vlakke looncurve, met een hoger gemiddeld inkomen voor jongeren zou een rechtvaardigheid en logica respecteren.

Niet de hervorming is belangrijk, maar wel het doel. Vandaag zou jobzekerheid hoog op de agenda moeten staan.  

Vlaams minister van werk Muyters mag dan nog beweren (in Terzake 9/1/2013) dat 11% werkloosheid voor jongeren onder de 25 jaar naar Europese normen goed meevalt, neemt niet weg dat 25% en 35% voor respectievelijk Wallonië en Brussel alarmerend is. Bovendien is de vraag wat er juist achter die cijfers zit.

Meten is weten?

11% is slechts een percentage van jongeren die werk beginnen te zoeken, maar wat is er vóór het zoeken naar werk gebeurd? Bijna één op tien van de Vlaamse kinderen wordt geboren in gezin met een inkomen onder de armoedegrens. Om dan nog maar te zwijgen van het onderwijs dat hoogstaand is, maar (helaas) tegelijk ongelijkheid versterkt met ongekwalificeerde schoolverlaters tot gevolg.

Fons Leroy zou er goed aan doen te pleiten voor meer middelen voor de VDAB om begeleiding om maat te kunnen realiseren. Een trajectbegeleiding zou altijd een meerwaarde moeten betekenen, ook zonder tewerkstelling als resultaat.

Bovendien zegt die 11% (na 4 maanden werkloosheid) niets over de langdurige werkloosheid en de onzekerheid bij de vele jonge werknemers die aan het lijntje worden gehouden met contracten van bepaalde duur of van interim tot interim moeten hoppen - vaak bij dezelfde werkgever. Ondanks het feit dat ze soms kunnen werken, kunnen ze geen lening aangaan om bijvoorbeeld een huis te kopen. Hun leven blijft dus ‘on hold’ staan.

Er zit dus iets structureel mis. Ons blind staren op het werkloosheidcijfer en de arbeidsmarkt alleen zal niet helpen jongeren aan de slag te krijgen. Zeker niet in tijden waarin de focus op ‘langer werken’ ligt. De jeugd van tegenwoordig wordt misschien wel sneller oud, maar als we niet oppassen ook sneller ‘out’.

 

Bram Van Braeckevelt

Voorzitter Jong Groen


Dit opiniestuk verscheen op  Knack.be

geplaatst op: 10/01/2013

< Terug

Nieuwsbrief

Indien u op de hoogte wenst te blijven van mijn campagne, kunt u zich hier inschrijven op de nieuwsbrief.